Blog

Biodiversiteit bevorderen: wat zou je zelf doen?

15-06-2021

Bij het aanleggen van wegen, straten of pleinen denkt men meestal niet als eerste aan biodiversiteit. Civieltechnische ontwerpers zijn namelijk opgeleid in het bepalen van bochtstralen, wegtypen en fundatiematerialen. Flora en fauna zijn onderwerpen die niet of nauwelijks aan de orde komen tijdens de opleiding. Het gevolg: groen is van ondergeschikt belang en wordt als opvulling van de overgebleven ruimte gebruikt. Een ruimte die vervolgens wordt ingezaaid met gras dat 6 keer per jaar wordt gemaaid. En om het af te maken her en der een boom omdat de protocollen dit voorschrijven en de bewoners dit willen. Maar hoe zou je dan de kansen wél kunnen benutten?

In de civiele ontwerpen worden over het algemeen plekken gecreëerd waarin de omstandigheden dusdanig zijn dat hier geen enkel diertje wil leven. En geef deze dieren, insecten of vogels eens ongelijk. Verplaats je eens in hun situatie. Jij wil zelf toch ook niet leven in een kaalvlakte zonder schuilplek of variatie. Als je in een straal van 20 km geen enkele supermarkt vindt, of een café waar je wat kunt drinken, dan is de levensstandaard zeer laag. In een omgeving waarin je niet veilig bent voor je vijanden ga je zeker geen nakomelingen opvoeden.

Biodiversiteit? Zoek naar basisbehoeften

De afgelopen jaren ben ik mij gaan realiseren dat wij in de civiele branche kansen laten liggen bij het gebruik van de aanwezige ruimte. Maar hoe zou je dan de kansen wél kunnen benutten? Eigenlijk heel simpel. Ga eens samenwerken met mensen die kennis hebben van flora en fauna of met mensen die weten wat de basisbehoeften zijn om biodiversiteit te creëren. Door samen te praten over de mogelijkheden ontstaat er ruimte voor passende oplossingen. Soms kan deze oplossing in hele kleine dingen zitten. Door bijvoorbeeld een weg niet als een lijnobject in te tekenen maar juist als een meander aan te leggen ontstaan er in de oksels van de weg veel meer ruimte om te kunnen variëren met groen en bomen. Al dan niet gecombineerd met een wadi. Er kan in hoogte worden gevarieerd waardoor er bijvoorbeeld schuilplekken ontstaan voor insecten die vervolgens weer vogels en/of egels aantrekken. Vrij simpel, maar je creëert zo wél maar waarde aan ruimte.

Geduld

Als je in je omgeving biodiversiteit wil gaan vergroten dan moet je aandacht besteden aan goede omstandigheden, zoals voldoende schuilplekken (struiken en bomen en dergelijke), voedselvoorzieningen en water. Zo ontstaat voor zowel de planten als voor de dieren een omgeving waarin zij zich prettig voelen en waarbij er ruimte ontstaat om te zorgen voor nakomelingen. Na verloop van jaren zal er een levendige omgeving zijn gecreëerd waarin veel is te zien en te beleven. Biodiversiteit is een kwestie van geduld. Het is niet iets wat je kunstmatig kunt maken maar iets wat zich in de loop der jaren moet gaan ontwikkelen.

Kruidenmengsels: do or don’t?

Is het inzaaien van kruidenmengsels langs wegen een oplossing om de biodiversiteit te vergroten? Dat is een lastige vraag om te beantwoorden. Steeds vaker wordt deze inzaai actie voorgeschreven in bestekken. De ontwerper kan dan vervolgens afvinken dat er veel is gedaan aan de ontwikkeling van biodiversiteit of het inpassen van groen.

Een kruidenmengsel oogt in ieder geval beter dan gras. De handhaving van deze mengsels in het tweede of bijvoorbeeld vijfde jaar is echter primair afhankelijk van de zogenaamde abiotische factoren. Dit zijn bijvoorbeeld bodemtypen, schaduw, temperatuur, vocht maar ook eventuele hoogteverschillen. Zijn de abiotische factoren goed, dan is de kans op overleven en zorgen voor nakomelingen realistisch. Zijn die er niet, dan kun je nog zoveel kruidenmengsels zaaien… Maar resultaat zal er niet komen.

Zorg voor de juiste omstandigheden, begeleid het ontwikkelproces en heb geduld

Mijn credo is dus: zorg voor de juiste omstandigheden, begeleid het ontwikkelproces en heb geduld. Het maakt het vak van ontwerper juist veel leuker om over de nut en noodzaak van een groene ruimte na te denken. Creëer dus omstandigheden en ga na wat je zelf zou doen als je in zo’n situatie zou leven. Dieren en planten zijn immers net mensen.