Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. Maar helaas biedt onze huidige wetgeving nog weinig mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. De aanstaande Omgevingswet helpt hier wél bij, en zal voor alle overheidslagen diverse mogelijkheden gaan bieden om duurzaamheid te verankeren. In deze blog zetten we deze mogelijkheden op een rij.
In de Omgevingswet is duurzaamheid verankerd. Dat begint al bij de centrale doelstelling van de wet: ‘met het oog op duurzame ontwikkeling, zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’. Hierbij staat een goede balans tussen de drie P’s centraal: People, Planet en Profit.
In de wet is gesteld dat een bestuursorgaan zijn taken moet uitvoeren met het oog op de doelen van de wet. Kortom, daarmee is duurzaamheid dus als centraal begrip in de leefomgeving stevig verankerd. Ook worden in de Omgevingswet diverse instrumenten genoemd. Met deze instrumenten kunnen overheden concreet invulling geven aan het aspect duurzaamheid.
Eén van de kerninstrumenten is de Omgevingsvisie. In een omgevingsvisie legt het Rijk, de provincie of de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de korte- en lange termijn vast. In een omgevingsvisie kunnen concrete duurzaamheidsdoelen worden opgenomen. De omgevingsvisie is het instrument om een strategische visie te ontwikkelen, en in te spelen op duurzame ontwikkelingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie.
In programma’s wordt de omgevingsvisie (het beleid voor onderdelen van de fysieke leefomgeving) verder uitgewerkt door middel van maatregelen. Een programma is een beleidsdocument en is bindend voor de overheid die het vaststelt. Het programma bevat maatregelen voor o.a. de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving.
Maatregelen waaraan je kunt denken zijn bijvoorbeeld subsidieregelingen voor duurzame ontwikkelingen of informatiebijeenkomsten over energiebesparing. Met deze maatregelen wil je als gemeente er voor zorgen dat bijvoorbeeld de CO2 reductiedoelstelling behaald wordt.
Elke gemeente stelt één omgevingsplan op, waarin alle gemeentelijke regels opgenomen worden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Dat kunnen o.a. regels zijn over het bergen van water op eigen terrein of in de openbare ruimte, of het vastleggen van hittebestendig of natuurinclusief bouwen.
In het omgevingsplan kan de gemeente omgevingswaarden vastleggen (eisen, grenzen). Vervolgens moet de gemeente bij de vaststelling van het omgevingsplan goed onderbouwen welke taken en bevoegdheden zij gaat inzetten om aan de opgenomen omgevingswaarden te voldoen.
Een omgevingswaarde is een norm die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving (of een onderdeel daarvan) als beleidsdoel vastlegt. In een omgevingswaarde kan een doelstelling worden opgenomen die duidelijk meetbaar is. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld opnemen dat er in 2030 vier windmolens en 125 ha aan zonnepanelen gerealiseerd moeten zijn. Door zo’n omgevingswaarde op te nemen verplicht de gemeente zichzelf om aan deze waarden te voldoen en hierop te monitoren.
Tenslotte kan duurzaamheid worden verankerd in instructieregels. De instructieregels kunnen alleen opgesteld worden door het Rijk of de provincie. Door deze regels op te stellen, kunnen omgevingswaarden doorwerken naar de lokale wetgeving.
Duurzaamheid is verankerd in de Omgevingswet. En alle overheden kunnen zich nu al voorbereiden op de kansen die de Omgevingswet biedt.
Wilt u meer weten waar u als overheid mee aan de slag kunt gaan? Of weet u niet waar u moet beginnen?
Meer over de omgevingswet is hier te lezen: