Afgelopen woensdag heeft Roelofs Veiligheidsladder trede 3 behaald. Auditeur en certificerende instantie DNV (Det Norske Veritas) schreef: “Wij brengen een positief advies uit om Roelofs te certificeren voor trede 3 van de Safety Culture Ladder/Veiligheidsladder.” Met een score van maar liefst 85,9%, waar certificatie met 75% voldoende is, een fantastisch resultaat. “Hier mogen wij als organisatie enorm trots op zijn”, licht algemeen directeur Gerard Hoiting toe.
De magische woorden van het auditteam “vrijdagmiddag is zondag op werk” geven aan dat orde en netheid altijd de basis zijn geweest om veilig te werken. Rond mei 2016 is Roelofs gestart met het VGM-verbeterprogramma ‘Zicht op je blinde vlek’. Het programma bestaande uit vastgestelde verbeterdoelen en -acties, was een goede aanzet om uiteindelijk te komen tot een verhoogde veiligheidscultuur binnen Roelofs. “Het behalen van trede 3 toont dat deze veiligheidscultuur daadwerkelijk aanwezig is”, aldus KAM coördinator Ernstjan Spijker. “Dit is een compliment aan alle Roelofs-medewerkers, maar ook onze partners, leveranciers en opdrachtnemers. Wij kunnen hen hiermee op weg helpen en wegwijs maken met de Veiligheidsladder.”
Met een samengestelde interne werkgroep uit alle geledingen van de organisatie is in februari 2021 gestart om middels een GAP-analyse acties uit te voeren om de Safety Culture Ladder te betreden. Deze ambassadeurs hebben ervoor gezorgd dat acties daadwerkelijk binnen de organisatie zijn doorgevoerd. Eén praktisch voorbeeld is de introductie van onze Roelofs Safety App; een interne applicatie waarmee onveilig situaties en incidenten gemeld kunnen worden, een safety walk of werkplekinspectie uitgevoerd wordt of een toolboxmeeting gehouden.
Het betreden van de Veiligheidsladder is een mooie prestatie, maar geen doel op zich. “In de bouw en infra staan we elke dag voor uitdagingen betreffende veiligheid”, aldus directeur bedrijfsvoering Stephen Haverkamp. “We blijven continu werken aan de veiligheidscultuur; zoals die van onszelf als in de sector als geheel. Het maken van meldingen en elkaar blijven aanspreken op onveilig gedrag is hierin essentieel. Alleen zo komt iedereen aan het eind van de werkdag weer veilig thuis.”
