Hoe maak je biodiversiteit concreet in projecten? En hoe zorg je ervoor dat het niet alleen een ‘mooi extraatje’ is, maar echt onderdeel wordt van de leefomgeving? Voor Célianne Geurink-Vellema, adviseur biodiversiteit bij Roelofs, is dat dagelijkse praktijk. Met haar achtergrond in planologie en haar passie voor de leefomgeving zoekt ze voortdurend naar manieren om groen en biodiversiteit een stevige plek te geven.
Tijdens haar studie Technische Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen ontdekte Célianne hoe breed het vakgebied is. “Ik vond aardrijkskunde altijd al interessant, vooral alles rondom water en kustbescherming. Tijdens mijn studie kwam ik erachter hoeveel aspecten er samenkomen: van bodem, watermanagement en mobiliteit tot aan de rol van de overheid en marktpartijen.”
Na de bachelor planologie en een educatieve minor gaf ze een half jaar aardrijkskunde les. Toch wilde ze haar kennis niet alleen delen, maar ook zelf toepassen. Ze volgde een master planologie in Nijmegen en kwam op de Vakbeurs Openbare Ruimte in contact met Roelofs.
Ik wilde echt aan de slag na al die jaren studeren
“Ik zag daar informatie over ‘van 50 naar 30’, wat ook in mijn afstudeerscriptie terugkwam. Dat triggerde mij om het gesprek aan te gaan. Na een leuke kennismaking besloot ik een traineeship bij Roelofs te volgen. Wel met een heel praktische insteek, want ik wilde echt aan de slag na al die jaren studeren.” Na een traineeship bij verschillende kennisclusters kwam Célianne in dienst.
In haar werk combineert Célianne analyse en advies met een sterke focus op de fysieke leefomgeving. “Ik werk veel met GIS: kaartmateriaal analyseren, informatie ophalen en interpreteren en dat vertalen naar een concreet advies.”
Een belangrijk onderdeel van haar werk is het uitvoeren van biodiversiteitsscans. Daarbij brengt ze de omgeving in kaart volgens de methodiek van de Basiskwaliteit Natuur. Deze wetenschappelijk onderbouwde methodiek wordt steeds meer opgepakt en toegepast door (lokale) overheden. “Ik kijk naar wat er al is, waar kansen liggen en hoe je biodiversiteit kunt versterken. Op basis daarvan geef ik advies richting opdrachtgevers.”
Ik kom ook in aanraking met onderwerpen als bodemvitaliteit, beplanting, ecologie en circulariteit
De kracht van haar werk zit in het verbinden van data, beleid en praktijk. “Ik denk graag mee over ontwerpen en hoe je groen en water echt een plek geeft in een plan. Echt een uitdaging en superleuk om te doen!” Wat daarbij helpt, is de brede werkomgeving binnen Roelofs. “Ik kom ook in aanraking met onderwerpen als bodemvitaliteit, beplanting, ecologie en circulariteit. Dat maakt het werk juist zo interessant.”
Eén van de drijfveren is het belang van biodiversiteit. “Biodiversiteit is geen verplicht thema. Daardoor ben je afhankelijk van opdrachtgevers die er zelf mee aan de slag willen.”
Biodiversiteit wordt nog te vaak gezien als kostenpost
Juist daarin ziet ze kansen. “Biodiversiteit wordt nog te vaak gezien als kostenpost, terwijl het zoveel oplevert. Groen heeft effect op gezondheid, leefbaarheid en klimaatadaptatie.”
Om die waarde inzichtelijk te maken, werkt Roelofs aan maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s). “Daarin berekenen we wat groen oplevert voor de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan minder zorgkosten op de lange termijn.”
De eerste projecten laten zien dat de baten vaak ruim opwegen tegen de kosten. “Dat helpt om het gesprek anders te voeren. De investering ligt nu vaak bij één partij, zoals een gemeente, terwijl de voordelen veel breder landen. Met een MKBA kun je dat onderbouwen.”
Als het aan Célianne ligt, krijgt biodiversiteit de komende jaren een vanzelfsprekendere plek in projecten. “Het begint met aandacht. Als je ziet wat er mogelijk is en wat het oplevert, wordt het steeds logischer om groen mee te nemen.”
En precies daar zit voor haar de uitdaging: “Laten zien dat biodiversiteit geen extra is, maar een essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving.”
Projecten raken steeds vaker aan natuurwaarden. Daarom is het belangrijk om vroegtijdig duidelijk te hebben wat kan, wat mag en welke maatregelen noodzakelijk zijn. Zo ontstaat ruimte om te voldoen aan de Omgevingswet én kunnen we natuurwaarden versterken waar dat mogelijk is.