bepalen fietspotentieel

Blog

Zes sporen bij het bepalen van fietspotentieel

24-05-2022

‘Welke variant levert de meeste fietsbewegingen op en heeft daardoor de meeste potentie?’. Dit is één van de meest gestelde vragen bij de keuze tussen routevarianten in fietsroutes. Er is vaak weinig data beschikbaar en het vergt grote inspanning om dit te kwantificeren. Ook bij Roelofs krijgen we steeds vaker de vraag welke routevariant het grootste fietspotentieel heeft. In deze blog lichten we daarom zes sporen toe die essentieel zijn bij het bepalen van fietspotentieel.

Spoor 1: directheid en bediening

Zorg dat je inzicht krijgt in bestemmingslocaties zoals arbeidsplaatsen, schoollocaties en stations. De lengte tussen de verschillende tracés en de directheid naar deze bestemmingslocaties zijn één van de indicatoren.

Spoor 2: omvang woon – werk relaties

Het tweede spoor dat waardevolle informatie geeft over het fietspotentieel is de omvang van woon-werkrelaties. Via het CBS is veel informatie beschikbaar over onder andere inwonersaantallen. Het klinkt eenvoudig, maar hoe groter de omvang, hoe meer verkeersbewegingen.

Spoor 3: in beeld brengen omvang woon – school relaties

Voor scholieren is de fiets een zeer belangrijk vervoersmiddel. Het loont dus om inzichtelijk te maken wat de herkomst en omvang van scholieren is. Scholen beschikken over deze informatie en zijn in veel gevallen bereid om deze informatie te leveren.

Spoor 4: aantakking routes

De mate van waarin routes aantakken op kernen, OV-knooppunten en publieksfuncties heeft invloed op de fietspotentie. Hoe beter en hoe meer de aantakkingen op dergelijke functies, hoe groter het voedingsgebied van potentiële gebruikers.

Spoor 5: gebruik van bestaande routes

Om een inschatting te maken van de potentie van routevarianten is het uiteraard goed om te kijken naar het gebruik van de bestaande routes / verbindingen. Dit kan op basis van fietstellingen, big data,  open data zoals CBS data of data uit de Fietstelweek. Dit geeft inzicht in de zwaarte van bestaande routes / relaties en potenties.

Spoor 6: samenhang in structuur

Het laatste aspect dat van belang is bij het inschatten van de fietspotentiaal van routes is de samenhang met de bestaande structuur. Het gaat dan om de aantakking van de route op bestaande fietsstructuren, utilitair en recreatief. Hoe past een route in de bestaande structuren en netwerk en in welke mate kan de nieuwe verbinding ook een recreatieve rol vervullen?

Het resultaat

De potentie van de verschillende tracés op de verschillende sporen brengen we overzichtelijk in beeld door presentatie op basis van de ‘potentieel indicator’. Per spoor wordt op basis van de scores volgens de genoemde kwantificering, de beoordeling van hoog tot laag ingeschaald:

Meer informatie

Wilt u meer weten over fiets gerelateerde mobiliteitsvraagstukken, dan kunt u altijd vrijblijvend contact opnemen:

Auteur: Kay Scherphof, adviseur kenniscluster mobiliteit
k.scherphof@roelofsgroep.nl

 

Fietsinfrastructuur