Circulair bouwen en duurzaamheid integreren in infrastructurele projecten: het wordt steeds meer gedaan. Ook bij Roelofs ontvangen we steeds meer vraagstukken en verzoeken over deze manier van werken. Daarbij merken we dat men vaak niet goed weet hoe duurzaamheid te integreren is in een project en wát circulariteit nou precies inhoudt. Daarom worden de vijf meest gehoorde misverstanden op een rij gezet.
In de wereld van infrastructuur, civiele techniek en milieu gaat het voor een groot deel over materialen: zand, stenen, asfalt, beton. Dit is ook één van de eerste zaken waar naar gekeken wordt als er duurzaamheidsambities op tafel liggen. Circulair bouwen gaat echter niet alleen over materialen. Per definitie is de ‘cirkel’ die men sluitend wil maken een geheel van vele aspecten.
Door een project circulair te ontwerpen en te bouwen pakken we de problemen aan die de lineaire economie tot gevolg heeft. Dit doen we door meerdere thema’s zoals (duurzame) materialen, biodiversiteit en klimaatadaptatie integraal mee te nemen in het ontwerp. Ook kijken we naar de gehele levenscyclus van een project en niet alleen naar de aanlegfase. Dus ook de onderhoudsfase en de sloopfase nemen we integraal mee in de ontwerpkeuzes. Daarnaast hebben gezondheid en welzijn ook een plek in onze circulaire afwegingen en ontwerpkeuzes. Het ambitieweb is een van de tools die we hiervoor gebruiken.
Een discussie die aan vele tafels met opdrachtgevers gevoerd wordt, gaat over de kwaliteit van het opgeleverde product. Deze discussie moet zeker gevoerd worden, maar daarbij is wel een ander perspectief gewenst.
Doordat we integraal een project benaderen, kijken we naar meerdere aspecten dan alleen de technische kwaliteit van een product. Zo wegen we de milieu-impact af tegen de kosten (initieel en de gehele levensduur), beeldkwaliteit en technische kwaliteit. In een dergelijke afweging kan het soms voorvallen dat voor een technisch mindere optie wordt gekozen, omdat het alternatief goed genoeg is en ook nog eens beter scoort op de andere punten. Dit doen we overigens niet zomaar, maar met bepaalde randvoorwaarden en minimale eisen. Dit omdat we vanzelfsprekend een technisch goed project willen opleveren. Het zwaartepunt van de technische eisen kan hierdoor wel iets verschoven worden, ten voordele van de milieu-impact, gezondheid en/of welzijn.
Veel opdrachtgevers zetten een project pas in de markt als een project al enige vorm heeft en belangrijke keuzes al zijn gemaakt. Vaak heerst het idee dat je eerst een basisontwerp moet hebben, om van daaruit circulariteit te gaan integreren. Dat is jammer, want de ‘cirkel’ van duurzaamheid en circulariteit is dan wellicht niet meer geheel gesloten te krijgen. Ja, het beste is om aan de start van de initiatieffase deze elementen al mee te nemen. Een gemeenteraad, provinciale staten of projectteam kan betere keuzes maken wanneer circulariteit vanaf het vroegste begin wordt meegenomen (en daarmee ook in de financiële middelen voor het project).
De praktijk blijkt echter weerbarstiger. Gelukkig is het mogelijk in alle fases van een project duurzame of circulaire afwegingen te maken en toe te passen, al hebben die dan meestal een kleinere impact. Denk bijvoorbeeld aan keuze van transport, mate van inspraak uit de omgeving of het plannen van circulair beheer en onderhoud.
Financiën, planning en circulariteit hebben vaak een haat-liefdeverhouding. Dit komt omdat de circulaire keuzes vaak te laat worden gemaakt (zie nummer 3). Hierdoor is circulariteit geen integraal onderdeel van het project, waardoor er vaak alleen circulaire keuzes over blijven die kostenverhogend zijn. Op die manier zijn circulaire projecten inderdaad duur.
Maar er is een fundamentelere vraag: over welke kosten hebben we het? Betreft het alleen de initiële kosten of kijken we naar de gehele levenscycluskosten? Vaak zie je dan dat de initiële kosten hoger uitvallen, maar dat dit gedurende de levensduur van een object (ruimschoots) kan worden terugverdiend. In dat geval is er een verschuiving van kosten van de onderhoudsfase naar de initiële aanlegfase, waardoor het lijkt alsof een project duurder wordt. Echter, niet ieder project leent zich voor dit soort keuzes, door politieke besluitvorming, (beeld)kwaliteit of financiën. Daarom speelt ook hier het argument om vanaf het allereerste begin met circulariteit te beginnen. Zo is ook de organisatie van een opdrachtgever in staat om dit soort financiële consequenties mee nemen in de overwegingen en dit vervolgens te organiseren.
Daarnaast dienen projectleiders vaak voor hetzelfde geld uit het ‘infra-potje’ een circulair project te realiseren, als waarvoor ze traditioneel een lineair project konden realiseren. Oftewel, er moet naast de infrastructurele doelstellingen ook gekeken worden naar kansen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit of gezondheid. En dat terwijl er slechts budget is voor één of twee van deze thema’s. Hierdoor ontstaat het gevoel dat circulariteit duurder is. Dat is niet altijd waar; men heeft alleen meer ambities voor hetzelfde geld. Een oplossing hiervoor kan liggen in het stapelen van verschillende potjes, waardoor de verschillende ambities gerealiseerd kunnen worden. Vaak voor minder geld, dankzij integraal ontwerpen en realiseren.
Circulariteit is meer dan geld en materialen. Dat is inmiddels bij veel mensen wel duidelijk. Ook de sociale impact, klimaatadaptatie en de biodiversiteit zijn van belang. Maar hoe maak je de mate van duurzaamheid of circulariteit dan meetbaar?
De verschillende onderwerpen rondom circulariteit zijn uitstekend meetbaar te maken. Enkele voorbeelden.
Energie en Milieu Biodiversiteit klimaatadaptatie